Als de chauffeur bij het melkveebedrijf komt, ruikt hij eerst of de geur van de melk goed is en controleert hij de kleur en de temperatuur. Daarna wordt de melk vanuit de tank in de melkophaalauto gepompt. Tegelijkertijd wordt een monster van de melk genomen. Een onafhankelijk controlestation onderzoekt in dat monster de kwaliteit van de geleverde melk. Dat past bij kwaliteitsbewaking door Campina in de hele keten. En de veehouder kan die kwaliteitsgegevens gebruiken in zijn bedrijfsvoering. Via een speciale internetsite, www.MyCampina.com, heeft de veehouder al snel na de ophaalbeurt de beschikking over de gegevens. Hij ziet bijvoorbeeld het vetgehalte en het eiwitgehalte in de melk, maar ook andere kwaliteitsuitslagen, die te maken hebben met de hygiëne van de melkwinning of de gezondheid van het uier van de koe.
Vervoerscapaciteit
Afhankelijk van het type auto, kan een melkophaalauto tussen de 10.000 en 30.000 liter melk meenemen. Zodra de auto vol is, rijdt de chauffeur naar een productiebedrijf van Campina. Zoals de melkveehouders van Campina werken volgens allerlei standaardprocedures en –voorschriften, kennen ook de chauffeurs hun eigen, voorgeschreven werkwijze om te waarborgen dat de kwalitatief hoogwaardige melk vanaf de boerderij op de beste manier in de fabriek komt.
Losplaatsen voor melk
De productiebedrijven van Campina, waar Campina melk verwerkt tot zuivelproducten, kennen losplaatsen voor de melkophaalauto’s. Vanuit de melkophaalauto wordt de melk richting grote opslagtanks van de productiebedrijven gepompt. Melk is melk, maar niet alle melk is hetzelfde. Dat geldt ook voor de opslag van de melk. Gewone Campina melk, Campina melk met een evenwichtiger vetzuursamenstelling (Nederland, België), Landliebe melk (Duitsland) en biologische melk worden gescheiden van elkaar opgeslagen.
Grondige reiniging
Na het lossen van de melk worden de melkophaalauto’s van binnen grondig gereinigd. Hygiëne is een basisvoorwaarde om melk tot waarde te kunnen brengen.