Wantenaar, zelf ook melkveehouder, benadrukt dat melkveehouders laten zien dat ze echte ondernemers zijn. “Kijk eens waar de sector nu staat op het gebied van stallen, productie per koe en fokkerij in vergelijking met dertig jaar geleden.”
Ook de markt voor zuivel is fundamenteel veranderd. Wantenaar: “Niet alleen door het landbouwbeleid, maar ook door nieuwe vragen van consumenten en industriële afnemers.” Zuivelschappen in supermarkten en toepassingen bij industriële afnemers geven blijk van die grote veranderingen. Consumenten hebben keuze uit veel meer zuivelproducten, in meer varianten, voor meer gebruiksmomenten. Ook kunnen ze in supermarkten producten kopen uit veel meer regio’s en landen dan enkele decennia geleden. Voor toepassing van melkbestanddelen als ingrediënten in voedingsmiddelen en farmaceutische producten geldt hetzelfde.
Melk is nog steeds hetzelfde
Temidden van al deze grote veranderingen, constateert Wantenaar: “En wat doe ik als melkveehouder? Ik produceer nog steeds dezelfde melk. Terwijl de markt fundamenteel is veranderd. Niet alleen door het landbouwbeleid, maar ook door de vraag van consumenten, professionele en industriële afnemers. Is het erg dat ik nog steeds dezelfde melk produceer? Dat vind ik niet, want anders deden mijn vrouw, mijn zoon en ik het niet. En ik ben ervan overtuigd dat er met melk geld te verdienen valt; het is zo’n uniek, rijk product. In hoeveel producten en toepassingen kunnen die unieke eigenschappen tot hun recht komen? En Noordwest-Europa is een regio waar je goed melk kunt produceren.”
Afzet goed regelen
Melkveehouders doen er verstandig aan om hun afzet goed te regelen, benadrukt Wantenaar. “Melk is nu eenmaal een bijzonder product. Als producent kun je er geen kraan opzetten, zoals bij olie. En je kunt melk ook niet bewaren, zoals aardappelen.” En aan melk is goed geld te verdienen. “Moet je dat verdienen overlaten aan Danone of Nestlé, of participeer je als melkveehouder?” Volgens Wantenaar een ‘wezenlijke vraag’.
En dus zijn er volgens de Campina-voorzitter voor melkveehouders vele redenen om als coöperatielid mede-eigenaar te zijn van een zuivelonderneming. “Daarmee is de kous niet af. Want als zuivelcoöperatie zien wij de vraag veranderen, maar bij ons staat nog steeds de melk op de stoep. Terecht, want we zijn niet voor niets coöperatie!” En er is ook de internationale concurrentie, waarbij prijsverschillen tussen landen en regio’s eveneens hun uitwerking hebben.
Ambitie van zuivelcoöperaties
Dat geeft meteen de ambitie aan voor zuivelcoöperaties, zoals Campina: ze ontkomen niet aan maatregelen om hun kwetsbaarheid te verminderen. “Melk is uitwisselbaar. En daarom heeft Campina lang geleden ingezet op verschillende productgroepen en het bedienen van diverse markten. En daarbinnen, door innovaties, op onderscheidendeproductconcepten. Simpelweg omdat we de verantwoordelijkheid hebben voor een groot volume ledenmelk. Daarmee kun je niet leunen op één markt of één product. En je wilt wel in die segmenten actief zijn waar geld te verdienen valt.
Het ontwikkelen van nieuwe productgroepen en markten is niet iets dat ophoudt; het gaat steeds door. Wij hebben veel gedaan aan het ontwikkelen van onze activiteiten in Duitsland. Dat blijven we doen, net zoals we in Nederland en BelgIë niet stil zitten.
Maar we gaan verder. Daarom zijn we nu volop actief met verdere groei in consumptiezuivel in Rusland, waar er vraag is naar zuivel onder merk. En na Rusland volgen inmiddels ook landen in Azië.
Onze kernactiviteit in ingrediënten, waarmee we internationaal goede posities hebben opgebouwd, gaan we verder uitbouwen. De vooruitzichten daarin zijn heel goed, juist vanwege al die unieke bestanddelen van melk én omdat wereldwijd de vraag naar dit soort bestanddelen groeit.
Groeimarkten zijn aantrekkelijk. Vaak is er minder aanbod dan vraag en dus gaat het minder over prijs.
Intussen zetten we in op merken en innovatie. Zodat we niet direct uitwisselbaar zijn tegen hetzelfde product van de concurrent. Dat is geen verhaaltje, het werkt echt zo.
Met de fusie met Friesland Foods willen we een echte versnelling geven op het gebied van internationale groei, innovatie en een optimale melkbestemming. Waarbij we straks de verantwoordelijkheid nemen voor ruim acht miljard kilo ledenmelk.”
Wereldwijde concurrentie
Dat internatonale perspectief is volgens Wantenaar van groot belang. “Als melkveehouders zitten onze concurrenten misschien in andere Europese landen, maar zeker ook in de Verenigde Staten, in Nieuw-Zeeland en Australië. De producten die van hun melk worden gemaakt, concurreren met de producten die van onze melk worden gemaakt. Wij hebben hier in Europa te maken met een hogere kostprijs op de boerderij, door dure grond en dure arbeid en toch ook de impact van de quotering. De melkquotering heeft ons, in combinatie met invoerheffingen, exportsubsidies en interventie, veel goeds gebracht. Nu aan de afzetkant alles is geliberaliseerd en onze prijzen vooral worden bepaald door wat er elders gebeurt, moet je je als melkveehouder afvragen of je daar echt op kunt inspelen als je qua productieomvang wordt belemmerd. Melkveehouderij en zuivel zijn activiteiten met een lange aanlooptijd. Daarom is het belangrijk dat alle betrokkenen zich tijdig kunnen instellen op het einde van de quotering in 2015. Dat gaat het beste als de melkproductie de komende jaren al stapsgewijs kán groeien, zonder dat melkveehouders moeten investeren in melkquota.
Loop je dan niet het risico van teveel melk, als de quotering verdwijnt? Nee. Allereerst neemt de vraag wereldwijd toe, van jaar op jaar. Dat biedt kansen, zeker ook voor ons als melkveehouders in Noordwest-Europa. En je ziet, heel eenvoudig, dat wij als melkveehouders allang reageren op hogere prijzen en lagere prijzen. Niet alleen buiten de Europese Unie, maar ook binnen de EU. Hoge prijzen lokken meestal meer aanbod uit, lage prijzen minder aanbod. Zo werkt een markt.”
Berlijn, Duitsland, 30 juni 2008